woensdag 17 december 2014

ONZE GASTEN OP 19 DECEMBER IN NIJMEGEN

Robert Zomerhuis
Klaas Nijenhuis
Theo Demans

THIJS LINSSEN: HYPERREALITEIT




Thijs Linssen (1987) is beeldend kunstenaar

DIT IS KUNST: Als we ons niet vergissen heb je een technische opleiding gevolgd voor je vrije kunst ging studeren aan een kunstacademie. We leiden daaruit af dat techniek je niet helemaal vreemd is. Hoe belangrijk is de hedendaagse digitale technologie en de digitale beeldcultuur voor je werk als kunstenaar?

THIJS LINSSEN: Ik heb twee jaar bouwkunde gestudeerd om architect te worden. Toen ik stage liep op een architectenbureau kwam ik erachter dat je als architect tegen nogal wat regelgeving oploopt. Mede om die reden ben ik op zoek gegaan naar een andere studie, maar belangstelling voor techniek en het willen weten hoe dingen werken, heb ik nog altijd.  Wat daarbij komt is, dat ik behoor tot de eerste generatie die bijna volledig is opgegroeid met een computer in huis. Weliswaar niet vergelijkbaar met de computers die we nu hebben maar het is voor ons een vast gegeven. Wij zijn dan ook opgegroeid met deze technologie en de digitale beeldcultuur die daarbij hoort. Mijn werk vindt vaak zijn oorsprong in de computer. De digitale technologie en beeldcultuur zijn op allerlei manieren ook inhoudelijke referentiepunten. Voor mijn werk zijn ze dan ook onmisbaar, niet alleen als middel maar ook als onderwerp.  

MAARTEN HOOGENDIJK: EEN ANDERE CONTEXT

Maarten Hoogendijk is beeldende kunstenaar.

DIT IS KUNST: De vorige keer dat we je spraken, zei je dat je verder wilde studeren, Je was bezig om toegelaten te worden tot een master-opleiding. Is dat inmiddels gelukt?

MONO BROS: ANALOOG IN HET DIGITALE TIJDPERK

DIT IS KUNST: wie of wat zijn de MONO BROS?

MONO BROS: MONO BROS is Lord Luke & King A, oftewel Luuk & Anan. We spelen strictly cassettes en vinyl, omdat we het graag analoog houden in dit digitale tijdperk. Muziek moet draaien. De MONOS staan voor een rauwe brother from another mother ping-pong mix van '80s / '90s hiphop/ electro/ disco grooves/ jungle/ house en skits. We draaien niet zomaar, we draaien met een 'boodschap', praten met onze handen. Liefde voor de muziek die moeder-aarde ons gebracht heeft met het plezier voorop.  We draaien op een breed scala aan gebeurtenissen. Als we de deur uit gaan zeggen we meestal tegen elkaar (met een lach): 'MONO BROS voor al uw partijen en feestelijkheden', aangezien we echt van huisfeestjes naar clubs, van expo's naar eetgelegenheden manoeuvreren. We zijn niet je average dj-team, want wij willen er écht bij zijn en niet komen en gaan als van die types met een sterrenstatus. We houden van de dans, dus we doen ook altijd ons best om dansbaar te draaien en om uw voetjes van de vloer te krijgen en die van onszelf. De MONO BROS komt voort uit vriendschap, broederschap en overeenkomende liefde voor geluidsgolven. Mensen denken vaak dat we broers zijn, maar we zijn geen bloedverwanten. Onze gang ligt echter wel vol met soortgelijke schoenen...



JEROEN VAN BAAR: MIDDELMATIGHEID

foto: Hans Eijkelboom www.photonotebooks.com
Jeroen van Baar (1990), schrijver en hersenonderzoeker, is 19 december onze gast.

DIT IS KUNST: In je dit jaar bij Atlas gepubliceerde boek klaag je je bovengemiddeld intelligente generatiegenoten aan die ernaar streven om overal in te excelleren.  In jouw ogen is dat het recept voor ongeluk, slechte relaties en eenzaamheid. Opmerkelijk genoeg schilder je een generatie die het niet om de inhoud lijkt te gaan, maar om de dikste baan, de verste reis en andere manieren om anderen de loef af te steken. Hun streven lijkt plat en egocentrisch. Bestaan er volgens jou geen jonge mensen meer die geloven in zelfverheffing en de mogelijkheid om een ander en mooier leven te leiden door intellectueel en artistiek naar het uiterste te zoeken?

maandag 15 december 2014

ANNE DIJKSTRA EN BOO VAN DER VLIST: ACHTER DE SCHERMEN

DIT IS KUNST: Jullie zijn in 2013 afgestudeerd aan de Willem de Kooning Academie met het project Kunst in Werking.  Jullie afstudeerproject bestond onder meer uit een reeks interviews. In de interviews vroegen jullie mensen uit het bedrijfsleven en de politiek naar hun kijk op kunst en mensen uit de kunst naar hun kijk op de mogelijke functie van kunst bij het oplossen van maatschappelijke en organisatorische vraagstukken. Het leek erop alsof jullie je opmaakten om kunst te gaan gebruiken als een instrument in het bedrijfsleven en het bestuur. Wat is daar anderhalf jaar later van terecht gekomen?

woensdag 3 december 2014

VERLIES EN VERLANGEN: EEN AVOND IN HET HONIGCOMPLEX

Afbeeldingen: Anna Nijenhuis 


De moderne mens leeft vanaf zijn verschijnen in de achttiende eeuw met een tweeslachtig gevoel. De moderne samenleving is er een van permanente verandering, het samengaan van schepping en vernietiging. Door de toepassing van kennis in de economie, het bestuur en op andere maatschappelijke vlakken blijft niets hetzelfde. Ideeën en dingen raken net als kennis, vaardigheden, kleren en manieren van doen achterhaald. Ze worden vervangen en verdwijnen. Dit roept gevoelens op van verlies, de vrees voor barbarij en het streven om zaken te bewaren en te conserveren. Het gevoel van verlies en de neiging tot behoud, nemen echter niet weg dat verandering tegelijkertijd wordt nagestreefd en beschouwd als noodzakelijk, goed en bevrijdend. We vrezen niet alleen het verlies van het bestaande. We vrezen niet minder het achterhaald en uit de tijd raken van onze kennis, onze hulpmiddelen en programma's en onze manier van leven en denken. Net als de dingen om ons heen moeten ook wij veranderen om niet te eindigen als een bedreigde diersoort.  Onze dubbele houding tegenover een toestand van permanente verandering roept vragen op.

vrijdag 11 april 2014

CLAIRE VAN LUBEEK: LA LA LA PEINTURE

DIT IS KUNST: Vanavond, vrijdag 11 april, ben je onze gast. Dat was je al eerder, in maart 2013. Wat heb je in de tussentijd allemaal gedaan?

woensdag 2 april 2014

PUCK VERKADE: INFILTREREN EN MANIPULEREN



DIT IS KUNST: Op 11 april ben je onze gast. Is je werk te omschrijven als het onderzoek van het bijzondere op een directe manier?

PUCK VERKADE: Ik onderzoek maatschappelijke verschijnselen met behulp van mijn camera. Een van mijn werken gaat over een leefgemeenschap van christenen die denken dat het einde van de wereld nabij is. Een ander werk was mijn deelname – met videocamera - aan het televisieprogramma De Nieuwe Rembrandt van de AVRO. Dat programma wilde kunst, in de vorm van een wedstrijd tussen kunstenaars, dichter bij het publiek brengen. Zo’n christengemeenschap en zo’n televisieprogramma lijken me veel te zeggen over de maatschappij waarin we nu leven. Ze fascineren me, maar ik heb er niet zomaar een rechtlijnige mening over. Het zijn eerder zaken die me aan het twijfelen brengen en me uitdagen. Juist dat is voor mij een reden om er rechtstreeks op af te gaan en ze op een directe manier, vanuit mijzelf, te benaderen. Ik ben niet op zoek naar bergen poëzie of wolken van metaforen. Mijn manier van werken is infiltreren en manipuleren. Ik heb vooraf nooit een uitgewerkt script dat zegt wat het resultaat zou moeten zijn. Ik heb een camera nodig en een bepaalde mentale instelling. Als ik werk wil ik optimale voelsprieten ontwikkelen voor mijn onderwerp. Ik moet er volledig in staan. Het moet erop of eronder zijn.

dinsdag 1 april 2014

MAARTEN HOOGENDIJK: VERDER

DIT IS KUNST: Wat ga je op de avond van 11 april doen?

MAARTEN HOGENDIJK: Ik ga het publiek op de hoogste stellen van mijn pogingen om aangenomen te worden op een vooraanstaand opleidingsinstituut. Ik wil verder studeren.

DIT IS KUNST, JE ZAL HET MAAR HEBBEN

Onder het motto DIT IS KUNST, JE ZAL HET MAAR HEBBEN organiseert DIT IS KUNST een avond op vrijdag 11 april 2014 in het MEE-gebouw aan de Trans 6 in Arnhem. Zaal open: 19:30. Aanvang programma: 20:00 uur.

Het thema

MATTHIJS VAN BOXSEL: KUNST IS EEN POGING DE DOMHEID TE SUBLIMEREN

DIT IS KUNST: U bent de schrijver van de Encyclopedie van de domheid. Kunt u in het kort vertellen wat u onder domheid verstaat en wat daaruit volgt voor het onderwerp van uw encyclopedie?

MATTHIJS VAN BOXSEL: Domheid is het handelen tegen beter weten in. Dit talent is typisch menselijk. Anders dan dieren die een instinct tot zelfbehoud bezitten is de mens bereid zijn leven en dat van zijn soort op het spel te zetten omwille van waanideeën over ras, natie, geloof enzovoort.
Die zelfdestructieve domheid bedreigt onze beschaving iedere dag opnieuw; maar tegelijk vormt ze er de mystieke grondslag van. Want om niet aan zijn domheid ten onder te gaan werd de mens gedwongen zijn intelligentie te ontwikkelen. Alle strategieën om zijn domheid te beheersen vormen bij elkaar de beschaving.
Maar intelligentie is nog geen garantie voor zelfbehoud, integendeel, ze kan de domheid zelfs kracht bijzetten. Domme mensen zijn meestal gevaarlijk omdat ze intelligent zijn. En hoe intelligenter ze zijn, des te rampzaliger de gevolgen van hun domheid.
De levensbedreigende domheid valt niet uit te roeien zonder ook de mens uit te roeien; dat zou een domheid in het kwadraat zijn. De enige uitweg is het permanent verzinnen van nieuwe strategieën om de domheid het hoofd te bieden. Domheid is zo bezien de motor van onze beschaving.

Domheid manifesteert zich op elk gebied, in ieder mens, te allen tijde. Iedere studie naar de domheid krijgt daardoor als vanzelf encyclopedische dimensies.

Aan domheid valt niet te ontsnappen, maak daarom van uw domheid een persoonlijke, unieke domheid. Als u dan toch faalt, faal dan op een zo hoog mogelijk niveau. Als u dan toch valt, val dan zingend en sierlijk. Praktiseer het errorisme. Wees zo kleurrijke en veelzijdig mogelijk dom, wees een kunstenaar. Zo onTsnapt u aan de banale grijsheid en de stijfheid, de twee gevaarlijke kanten van de domheid. Doe als ik, maak van domheid ook uw sterkste kant!

MAISON the FAUX: ORAKELEN


Modeontwerpers Joris Suk en Hans Hutting vormen samen met Tessa de Boer MAISON the FAUX.

DIT IS KUNST: wie of wat is MAISON the FAUX?

MAISON the FAUX: MAISON the FAUX werkt samen met grafisch ontwerpers, vrije kunstenaars en musici die we als onze lab-partners beschouwen. MAISON the FAUX is een denkbeeldig huis, maar ook een echte verzameling van mensen en ideeën waar weer andere ideeën uit ontstaan. Die ideeën leiden tot onze shows die we zien als een Gesamkunstwerk. Kleding speelt een belangrijke rol, maar we vertellen vooral een verhaal en daaraan leveren ook zaken als het decor en de muziek een bijdrage.

DIT IS KUNST: Wat is jullie bijdrage aan de DIT IS KUNST-avond van 11 april?

MAISON the FAUX: We zijn op de avond alom aanwezig met een installatie. Kleding speelt in de installatie een minder dominante rol, dan in onze shows. Maar de installatie is wel modisch.



DENNIS VANDERBROECK: VOOR MIJ IS KUNST ENTERTAINMENT

DIT IS KUNST: Je studeert op dit moment af aan Central Saint Martins in Londen en je hebt zojuist een opening van een tentoonstelling achter de rug. Kun je zeggen wat voor onderwijs je volgt of wat voor onderzoek je doet aan Saint Martins?

DENNIS VANDERBROECK: Na mijn studie Performance Art aan de Toneelacademie Maastricht was ik naar mijn mening nog niet tot de kern van mijn werk gekomen. Ik wilde dolgraag weg uit Nederland, om in een ander klimaat en op een andere plek verder te zoeken naar mijn thematiek, mijn visuele idioom en mijn toekomstige positie als ‘kunstenaar’. Misschien een beetje uitstel van executie, maar mijn werk was, naar mijn gevoel, simpelweg nog niet klaar voor de grote-boze-mensen-wereld’. Tijdens mijn studie liep ik stage bij Henrik Vibskov, een Deense modeontwerper die bekend staat om zijn performance georiënteerde modeshows. Via Henrik en zijn vrienden kwam ik in aanraking met Central Saint Martins. Mijn voornemen was om één keer, op één school een poging te doen om toegelaten te worden. Nu woon ik inmiddels een half jaar in Londen en ben hier bezig met mijn masteropleiding Fine Art. Veel mensen zien dat als een grote ommezwaai, van theater naar beeldende kunst, maar voor mij is het niet meer dan een organische en logische keuze. Ik maakte al langer in mijn werk cross overs met mode, beeldende kunst en performance. Ik maak nu eigenlijk precies hetzelfde soort werk, alleen verhoudt mijn werk zich nu tot een andere context, die van de beeldende kunst in plaats van die van het theater, wat een ongelooflijk goede nieuwe boost aan mijn werk geeft. Door gebruik te maken van video, fotografie en live performance heb ik voor mezelf vrijheid gecreëerd. Ik hoef me niet toe te spitsen op één medium. Elk idee heeft een nieuwe benadering nodig. Een goed voorbeeld is mijn laatste werk. Ik heb er een suit voor gemaakt, een pak dat draagbaar is, hierdoor is een eventuele link met mode snel gemaakt, maar het pak kan ook worden getoond op een mannequin en zou dan een sculptuur kunnen worden genoemd. Het werk is vastgelegd in een serie foto’s, maar ik heb de installatie ook live als performance laten zien. Zo probeer ik met elk nieuw werk te zoeken naar passende en uitdagende manieren om het te tonen in verschillende situaties, ruimtes en voor verschillend publiek.

HANS ABBING: IK VERWACHT DAT DE AUTONOMIE VAN KUNST EN KUNSTENAAR STEEDS MEER ZAL AFNEMEN

DIT IS KUNST: U bent econoom, socioloog en beeldend kunstenaar. In uw boek Why are artists poor? uit 2002 en ook in andere publicaties voert u aan dat de zogenaamde hoge kunst in veel opzichten een negentiende-eeuws overblijfstel is. Het beantwoordde ooit aan de smaak en de verwachtingen van een burgerlijk publiek. Dat publiek is inmiddels echter zo goed als verdwenen. De hoge kunst – en vooral de hedendaagse klassieke concertpraktijk - heeft zich niet aangepast aan de informele maatschappij van vandaag waarin mensen een andere smaak, een ander leefpatroon en andere behoeftes en sociale relaties hebben. Kunt u toelichten waarom de hoge kunst volgens u amper is meegegaan met de tijd en hoe het volgens u wel zou moeten?

HANS ABBING: Jullie vragen waarom ik denk dat de hoge kunst amper met zijn tijd is meegegaan en hoe dat anders zou kunnen.
Misschien is het beter om te zeggen dat de “wereld van de kunst” niet met de tijd is meegegaan. Het conservatisme blijkt onder meer uit die verouderde concert etiquette, waar jullie het al over hadden. Die etiquette spreekt oude mensen aan, maar veel jongeren hebben er niets mee. Het is niet zo dat de huidige concertvorm niet zou mogen. Er is nog steeds vraag naar, zij het wel van een steeds kleinere en vooral steeds ouder wordende groep. Het probleem is dat (in ieder geval tot voor kort) de kunstwereld van de klassieke muziek experimenten met alternatieve vormen niet toestond; dus ook niet naast de bestaande vormen. Waarom bijvoorbeeld niet ook eens een serie van concerten waarbij je achter in de zaal mag staan en zachtjes de zaal in en uit kan gaan terwijl de muziek speelt. Of een serie waarbij de drankjes mee de zaal in mogen. Of een serie van sta-concerten, zoals we die in de popmuziek kennen. Maar de kunst is heilig en alleen mensen die er verstand hebben kunnen bepalen wat goed is. En kennelijk is er maar één manier goed.
Het paternalisme in kunstwerelden is niet meer van deze tijd. Maar het bestaat nog steeds en niet alleen in de wereld van de klassieke muziek.

ARJEN SINNINGHE DAMSTÉ: DE VREEMDE KANT VAN DE REALITEIT

Arjen Sinninge Damsté (1990) groeide op in het Overijsselse Hengelo en studeerde in 2013 als performer af aan de Toneelacademie in Maastricht. Sinds september 2013 studeert hij documentaire regie aan de Nederlandse Filmacademie in Amsterdam.

DIT IS KUNST: Wat voor opleiding volgde je in Maastricht?

ARJEN SINNINGHE DAMSTÉ: Ik dacht altijd dat ik acteur zou worden, maar dat is anders gelopen. Ik merkte dat ik het interessanter vond om zelf dingen te verzinnen en uit te voeren in plaats van een tekst uit mijn hoofd te leren. In Maastricht ben ik afgestudeerd als performer, daar heb ik geleerd om mijn persoonlijke fascinaties om te zetten in uitvoerbare ideeën.

DIT IS KUNST: Jouw fascinaties liggen voor een deel buiten de hoge kunst.

ARJEN SINNINGHE DAMSTÉ: Mijn fascinatie gaat uit naar de dagelijkse realiteit en vooral de vreemde kant ervan. Ik ben nu een maal nieuwsgierig. In 2012 vormde ik met klasgenoot Marius Mensink het countryduo Achy Breaky Heart. We traden op in bejaardenhuizen. Marius en ik wilden die wereld leren kennen. Onze optredens leverden mooie, triestige momenten op. We stonden op het podium vóór en na mensen als Hans Kazan ,die tot mijn verbazing nog steeds in bejaardenhuizen schnabbelt, en accordeonduo’s. De amusementsmolen waarin we meedraaiden was niet bepaald opgetogen en vrolijk, maar het is het wel het soort entertainment wat ons te wachten staat. De bejaarden waren kritisch. Na afloop zeiden ze vaak dat ze er niets van hadden begrepen omdat we in het Engels zongen.


DE STAGIAIRS


 Jaap Hentenaar (Doetinchem 1992) en Hessel Josemans (Den Bosch 1992) zijn per 1 maart 2014 de stagiairs van DIT IS KUNST. Jaap en Hessel zijn tweedejaarsstudenten van de opleiding Docent Beeldende Kunst en Vormgeving van Artez Anhem.

DIT IS KUNST: Jullie zijn een soort duo. Altijd bij elkaar. Hoe hebben jullie elkaar leren kennen?

ONZE GASTEN OP 11 APRIL 2014


dinsdag 5 november 2013

ROB SCHOLTE ANTWOORDT: AUTONOME KUNST IS EEN HARDNEKKIG WAANIDEE

Beeldend kunstenaar Rob Scholte komt op 31 oktober naar Arnhem om te spreken. Hij wordt op 1 juni 1958 geboren in Amsterdam. Van 1977 tot 1982 studeert hij aan de Gerrit Rietveld Academie. Zijn eerste shows maakt hij bij kunstenaarsinitiatief W139. Werken van Scholte zijn in 1987 te zien op de Documenta in Kassel. In 1990 richt hij het Nederlandse paviljoen op de Biënnale van Venetië in. Zijn grootste opdracht, begin jaren negentig, is een 1200 vierkante meter grote wand- en plafondschildering met bijhorende mozaïekvloer in de replica van Huis Ten Bosch in Nagasaki. Scholte woont bijna 20 jaar in het buitenland, eerst in Brussel en dan op Tenerife. In 2003 keert hij terug naar Nederland. Vooruitlopend op zijn komst naar Arnhem beantwoordt Rob Scholte een aantal schriftelijke vragen van DIT IS KUNST.

DORIS BOERMAN: LINDY, LINDSY, BRITNEY, BEVERLEY

Doris Boerman behaalde in 2012 haar bachelordiploma Grafisch Ontwerpen aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam.

DIT IS KUNST: Je laat donderdag een sculptuur zien met de titel Lindy, Lindsy, Britney, Beverly. De sculptuur lijkt zowel te refereren aan het Modernisme als aan de popcultuur en het daarbij behorende uiterlijke vertoon. Je lijkt door het gebruik van bepaalde materialen ook nadruk te leggen op de tegenstelling tussen enerzijds het natuurlijke en anderzijds het onnatuurlijke en de overdrijving, een stijlmiddel waarvan de popcultuur zich vaak bedient. Kunnen we zeggen dat jij de popcultuur beschouwt als een rijke bron van inspiratie?

DENNIS VAN VREDEN: ビヨンセ! BIYONSE


Dennis van Vreden (1987) studeerde grafisch ontwerpen aan Artez in Zwolle en behaalde een Masterdiploma aan de afdeling Media Design and Communication van het Piet Zwart Instituut in Rotterdam. Dennis was bereid om, voorafgaande aan zijn komst naar Arnhem op donderdag 31 oktober en zijn optreden met de installatie ビヨンセ! Biyonse, een aantal vragen te beantwoorden.

DIT IS KUNST: De bijeenkomst van DIT IS KUNST op 31 oktober gaat over de vraag hoe kunst zijn relevantie kan behouden. Moeten kunstenaars aan het begin van de eenentwintigste eeuw verder gaan met wat hun voorgangers al deden, of moeten ze alles vergeten wat ze op de kunstacademie hebben geleerd en een voorbeeld nemen aan de massacultuur? Of jij nu voor het een of het ander kiest, laten we even in het midden, maar gesteld kan worden dat massacultuur en popcultuur een rol spelen in je werk. Je bent er niet vies van. Heeft dat te maken met het feit dat je zelf een popfan bent en van de infantiele en escapistische kanten daarvan geen geheim maakt?

JOHANNES OFFERHAUS

Johannes Offerhaus werd in 1993 geboren in Amsterdam en groeide op in Den Haag. Na het behalen van zijn VWO-diploma met het profiel Natuur en Techniek, meldde hij zich aan voor de opleiding Modevormgeving in Arnhem. Hij is op dit moment tweedejaarsstudent.

DIT IS KUNST:Wat laat je zien op donderdagavond 31 oktober?

JOHANNES OFFERHAUS: Dat verklap ik niet. Het gaat over mode en techniek. Kom maar kijken.

JOSHUA SNELL: IMITEREN IS LEREN

Joshua Snell (Huizen, 1991) behaalde een bachelordiploma Liberal Arts & Sciences met als specialisatie neurowetenschappen aan de Universiteit van Utrecht. Op dit moment volgt hij het mastersprogramma Cognitive Neuropsychology aan de Universiteit van Amsterdam. Op donderdag 31 oktober 2013 geeft hij tijdens de avond van DIT IS KUNST een korte lezing met de titel: Spiegelen in de Kunst en Spiegelen in het Brein.

ANAN STRIKER: OPVRETEN EN UITKOTSEN

Anan Striker studeerde deze zomer af aan de afdeling Vrije Kunst/Fine Art van Artez in Arnhem.

DIT IS KUNST: Je houdt een soort lezing op donderdagavond 31 oktober 2013. Wat ga je doen?

ANAN STRIKER: Een handleiding toereiken. Een beetje van mijzelf en een beetje van Magie.

DIT IS KUNST: Goed, ik zal niet verder proberen te vissen. We zien het op de avond zelf wel. Laten we het hebben over het onderwerp van de avond. Dat is, kort samengevat, de vraag hoe kunst als discipline fris en relevant kan blijven. Moet je daarvoor de kunstgeschiedenis het raam uit gooien of is het verleden van de kunst een onontbeerlijk bestanddeel van de toekomst ervan? Ik neem aan dat je daar wel een standpunt over hebt. Vind jij het werk van je voorgangers van belang en heb je dat ook serieus bestudeerd?

DONDERDAGAVOND 31 OKTOBER: WAT JE ZEGT BEN JE ZELF




Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw is vaak beweerd dat in de kunst alles al is gedaan. Die bewering lijkt niet onterecht. Toch wordt hij door de kunstwereld en het kunstonderwijs ogenschijnlijk genegeerd. Wordt het echter niet tijd om aan de constatering dat alles al is gedaan een conclusie te verbinden?

31 OKTOBER 2013: WAAR GAAT HET OVER?

In het augustus- en septembernummer van het kunsttijdschrift Metropolis M wordt het de kunstenaar nog eens ingepeperd. Hoofdredacteur Domeniek Ruyters stelt dat hij jonge kunstenaars niet benijdt. In de kunst is alles al eens gedaan. Herhaling is onvermijdelijk. Als de kunstenaar dat zelf niet in de gaten heeft, dan wel het publiek en de critici.

Dat alles al is gedaan, is sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw door de kunstkritiek vaak naar voren gebracht. Dat het nu, door de hoofdredacteur van het nationale vaktijdschrift zelf, wordt herhaald, is daarom niet minder alarmerend. Als alles al eens gedaan is, waarom houden we er dan niet mee op? Doorgaan met het maken van kunst vraagt om een verklaring, een standpunt, maar welk? Wat zeggen kunstenaars en vooral jonge kunstenaars over het feit, of het vermeende feit, dat de kunst van nu een herhaling van zetten is?

donderdag 7 maart 2013

DONDERDAG 7 MAART 2013: JE BENT JONG EN JE VINDT DAT

Kies je als kunstenaar of kunststudent vóór het marktdenken, het zogenaamde ‘culturele ondernemerschap’, het kunstamusement en een plek binnen de hedendaagse massacultuur? Of doe je dat juist niet? Kies je voor autonomie, voor functioneren binnen het bestaande kunstcircuit en de dreiging van marginaliteit?

Misschien vind je die keuzes als kunstenaar te beperkt. Misschien zie je het als de taak van de kunstenaar om zulke zaken op te vatten als vormkwesties waar je naar believen gebruik van kunt maken, die je kunt manipuleren en vervalsen om een nieuwe, artistieke vrijheid te scheppen.

Over deze kwestie organiseerde DIT IS KUNST op donderdag 7 maart 2013 een bijeenkomst in het voormalige MEE-gebouw aan de Trans 56 in Arnhem. Met: Denise Aznam, Frank Blommestijn en Michiel van der Werf, Sophie Dros, Arash Fakhim, Maxim Hartman, Eva Heijnen, Maarten Hoogendijk, Ebony Hoorn, Thor ter Kulve, Bram van Leeuwenstijn, Claire van Lubeek, Ellen